Olie en gas in Suriname: wetten, contracten en toezicht
Alle olie en gas in Suriname is van de staat. De rechten om te zoeken en te winnen liggen bij staatsbedrijf Staatsolie, dat internationale oliemaatschappijen binnenhaalt met een productiedelingscontract (PSC). De spelregels staan in de Petroleumwet 1990, die in 2001 en 2022 is gewijzigd. Een aparte Local Content-wet is er nog niet: de regering wil die in 2027 bij De Nationale Assemblée indienen. Hieronder lees je wie wat regelt, hoe de olie wordt verdeeld, welke belasting- en douanefaciliteiten gelden en wat jij als toeleverancier moet regelen.
Op deze pagina (12)
- Wie regelt wat
- De wetten op een rij
- Hoe de rechten werken
- Het productiedelingscontract: hoe de olie wordt verdeeld
- Belasting, douane en deviezen voor contractors
- Wat geldt er voor jou als subcontractor of toeleverancier
- Milieu en veiligheid
- Local content: wat er nu al in de wet staat
- Waar het geld naartoe gaat: SSFS en transparantie
- Wat je de komende tijd moet volgen
- Bronnen
- Veelgestelde vragen
- De basis is de Petroleumwet 1990 (S.B. 1991 no. 7), gewijzigd bij S.B. 2001 no. 58 en S.B. 2022 no. 152. Voor de rest geldt het Decreet Mijnbouw van 1986.
- Alleen een staatsonderneming krijgt rechten op koolwaterstoffen. Staatsolie sluit met goedkeuring van de minister en de regering petroleumovereenkomsten met buitenlandse bedrijven, de "contractors".
- In de standaardvoorwaarden van Staatsolie gaat eerst 6,25% royalty af, dan maximaal 80% van de rest als kostenterugwinning, en de winstolie wordt verdeeld volgens een glijdende schaal. De contractor betaalt 36% inkomstenbelasting. De voorwaarden van Blok 58 (GranMorgu) zelf zijn vertrouwelijk.
- Contractors en gespecialiseerde subcontractors krijgen vrijstelling van invoerrechten op materieel voor olie- en gaswerk. Bewaking, schoonmaak en vergelijkbare diensten vallen daar niet onder.
- Een contractor moet kantoor houden in Paramaribo, buitenlands personeel beperken tot functies waarvoor geen gekwalificeerde Surinamers zijn en lokale goederen en diensten voorrang geven als die niet ongunstiger zijn.
- Toezicht: het nieuwe ministerie van Olie, Gas en Milieu (OGM) maakt beleid en wetten, de NMA beoordeelt milieueffecten (offshore boren is altijd categorie A), Staatsolie bewaakt de contracten.
- Olie-inkomsten moeten naar het Spaar- en Stabilisatiefonds (SSFS). Die wet uit 2017 wordt opnieuw gewijzigd; het fonds moet werken vóór het eerste oliegeld binnenkomt.
Wie regelt wat
| Instantie | Rol | Je hebt ermee te maken als |
|---|---|---|
| Ministerie van Olie, Gas en Milieu (OGM) | Nationaal olie- en gasbeleid, wetgeving, de nationale petroleumdatabase, het Nationaal Oil Spill Response Plan, advies over PSC's, local content-beleid, ondersteuning van de NMA. Ingesteld in juli 2025, taken vastgelegd in S.B. 2025 no. 124. | je wilt weten welke regels eraan komen of je reageert op beleid |
| Staatsolie Maatschappij Suriname N.V. | Houder van alle rechten op koolwaterstoffen, sluit en bewaakt de PSC's, keurt ontwikkelingsplannen goed, mag tot 20% meedoen in een olieveld, beheert het leveranciersportaal | je levert aan een operator of aan Staatsolie zelf |
| Nationale Milieu Autoriteit (NMA) | Beoordeelt milieueffectenanalyses (MEA) onder de Milieu Raamwet en adviseert de vergunningverlener | je werk een MEA of milieumanagementplan nodig heeft |
| Maritieme Autoriteit Suriname (MAS) | Scheepvaartveiligheid, havenbeveiliging, toezicht op schepen in Surinaamse wateren, meldpunt bij olielekkage | je met schepen, havens of offshore logistiek werkt |
| Ministerie van Financiën en Planning, Belastingdienst en Douane | Inkomstenbelasting, btw, loonbelasting, invoerrechten en de vrijstellingen uit de Petroleumwet; beheer van de olie-inkomsten in het SSFS | je goederen invoert, factureert of personeel hebt |
| Ministerie van Arbeid (VWA) en Vreemdelingenzaken | Tewerkstellingsvergunningen voor buitenlandse specialisten | je buitenlandse mensen laat werken |
| Local Content Board | Schrijft het voorontwerp van de Local Content-wet en adviseert over een Local Content Authority | je wilt meepraten over de definitie van "Surinaams bedrijf" |
| EITI Suriname | Publiceert wat olie- en mijnbouwbedrijven aan de staat betalen | je de geldstromen in de sector wilt volgen |
De wetten op een rij
| Regeling | Wat het regelt | Stand oktober 2026 |
|---|---|---|
| Decreet Mijnbouw (E-58, S.B. 1986 no. 28) | Delfstoffen zijn van de staat; algemene regels voor rechten, toezicht en oppervlakterecht | Van kracht; voor olie en gas gaat de Petroleumwet voor |
| Petroleumwet 1990 (S.B. 1991 no. 7) | Petroleumovereenkomsten, belastingen en deviezen, local content (art. 17), kantoorplicht (art. 19) | Van kracht |
| Wijziging Petroleumwet (S.B. 2001 no. 58) | Subcontractors krijgen dezelfde rechten en plichten als de contractor (art. 27a), fiscale stabilisatie (art. 9 lid 8) | Van kracht |
| Staatsbesluit garantie contractors (S.B. 2018 no. 52) | Garantie van de staat aan contractors, onder meer stabilisatie van hun fiscale positie | Van kracht; in 2022 wettelijk verankerd |
| Wijziging Petroleumwet (S.B. 2022 no. 152) | Vrijstelling van omzetbelasting, dividendbelasting en zegelrecht voor contractors en contractorpartijen (art. 9 lid 9) | Van kracht sinds 31 december 2022 |
| Milieu Raamwet (S.B. 2020 no. 97, gewijzigd bij S.B. 2024 no. 56) | Milieubeleid, NMA, milieueffectenanalyse | Van kracht; een volgende wijziging ligt bij DNA |
| Besluit Milieu Effecten Analyse (S.B. 2025 no. 23) | Welke projecten welke MEA nodig hebben (categorie A, B, C) | Van kracht sinds februari 2025 |
| Besluit Taakomschrijving Departementen 2025 (S.B. 2025 no. 124) | Taken van het ministerie van Olie, Gas en Milieu | Van kracht, terugwerkend tot 16 juli 2025 |
| Wet Spaar- en Stabilisatiefonds Suriname (S.B. 2017 no. 59) | Fonds voor inkomsten uit natuurlijke hulpbronnen | Gewijzigd in 2024; nieuwe wijziging aangekondigd, fonds nog niet operationeel |
| Ontwerpwet Local Content-HSEQ (initiatiefvoorstel) | Toezicht op local content en op gezondheid, veiligheid, milieu en kwaliteit in de grondstoffensector | Ingediend bij DNA op 4 februari 2025, niet in behandeling genomen |
| Local Content-wet (regering) | Definitie van lokaal bedrijf, verplichtingen voor operators, een Local Content Authority | Voorontwerp klaar; indiening bij DNA gepland in 2027 |
Hoe de rechten werken
Het Decreet Mijnbouw maakt alle delfstoffen in de bodem en de exclusieve economische zone eigendom van de staat. Voor olie en gas bepaalt de Petroleumwet dat rechten alleen naar een staatsonderneming gaan: een bedrijf waarin de staat de zeggenschap heeft en dat zich vooral bezighoudt met olie en gas. Dat is Staatsolie, opgericht in 1980. Staatsolie mag zelf produceren (zoals op land in Saramacca) of met een buitenlands bedrijf een petroleumovereenkomst sluiten. Voor elke overeenkomst is goedkeuring van de minister nodig, en de minister keurt alleen goed met toestemming van de regering (art. 5).
Wat elke overeenkomst volgens de wet moet regelen:
- Blokken. Contractgebieden worden zoveel mogelijk omschreven als genummerde blokken op een kaart van de staat (art. 20). Delen van het gebied moeten periodiek worden teruggegeven (art. 21).
- Ontwikkelingsplan. Voor elk veld komt een ontwikkelingsplan dat Staatsolie goedkeurt voordat het werk begint (art. 23). Loopt een veld over twee contractgebieden heen, dan wordt het als één geheel ontwikkeld (art. 24).
- Gas. Geassocieerd gas mag worden gebruikt voor de productie zelf. Wordt er winbaar gas gevonden, dan moeten Staatsolie en de contractor een aanvullende overeenkomst sluiten; lukt dat niet binnen de afgesproken tijd, dan verliest de contractor dat gas (art. 25).
- Binnenlandse behoefte. Elke overeenkomst regelt hoe de binnenlandse vraag naar petroleum wordt bediend (art. 26). Verder mag de contractor zijn olie exporteren (art. 27).
- Toezicht en geheimhouding. De accountants van Staatsolie mogen altijd de boeken en het werk van de contractor inspecteren (art. 14). Technische, financiële en economische gegevens zijn vertrouwelijk (art. 12). Daarom zijn de contracten zelf meestal niet openbaar.
- Overdracht. Een contractor mag zijn rechten alleen overdragen zoals de overeenkomst dat toestaat (art. 16). Transacties met gelieerde bedrijven moeten tegen marktprijzen (art. 18).
Nieuwe blokken gaan via biedrondes of, sinds november 2025, via de doorlopende Open Door-procedure van Staatsolie, waarin een bedrijf zelf een gebied kan voorstellen. Welke blokken bij wie liggen, lees je op Olieblokken en concessies.
Het productiedelingscontract: hoe de olie wordt verdeeld
Suriname werkt niet met concessies waarbij een bedrijf alles bezit en belasting betaalt, maar met een productiedelingscontract (PSC). De contractor draagt het risico en de kosten van het zoeken. Vindt hij niets, dan krijgt hij niets terug. Vindt hij olie, dan wordt de productie in stappen verdeeld. Staatsolie publiceerde de vaste voorwaarden voor de Demerara-biedronde 2022-2023; die volgen het model-PSC. Zo ziet de verdeling eruit:
- Royalty: 6,25% van de bruto productie offshore gaat eerst naar de staatskant, ongeacht kosten of winst.
- Kostenolie: maximaal 80% van wat er na de royalty overblijft mag de contractor per kalenderjaar gebruiken om zijn kosten voor exploratie, ontwikkeling en productie terug te verdienen. Wat niet past, schuift door naar het volgende jaar.
- Winstolie: de rest wordt verdeeld tussen Staatsolie en de contractor volgens de R-factor: de verhouding tussen wat de contractor tot dan toe heeft ontvangen en wat hij heeft uitgegeven. Hoe winstgevender het veld, hoe groter het deel van Staatsolie.
- Inkomstenbelasting: 36% over de winst van de contractor, vast voor de hele looptijd van het contract.
- Deelname Staatsolie: tijdens exploratie wordt Staatsolie "gedragen" (de partners betalen), daarna mag Staatsolie per commercieel veld voor maximaal 20% meedoen en betaalt dan ook 20% van de kosten.
| R-factor | Deel Staatsolie | Deel contractor |
|---|---|---|
| 0 - 1,25 | 20% | 80% |
| 1,25 - 1,50 | 25% | 75% |
| 1,50 - 1,75 | 30% | 70% |
| 1,75 - 2 | 40% | 60% |
| 2 - 3 | 50% | 50% |
| > 3 | 70% | 30% |
Let op: dit zijn standaardvoorwaarden, niet die van GranMorgu. Het PSC voor Blok 58 werd in juni 2015 getekend met Apache (nu APA, partner van operator TotalEnergies). De precieze voorwaarden zijn vertrouwelijk. Oudere contracten wijken af: het openbaar gemaakte PSC van Kosmos voor Blok 42 (2011) gaf Staatsolie een deelnamerecht van maximaal 10% en een andere verdeling. Voor 2014 noemde Staatsolie bovendien geen tekenbonus; in de Demerara-ronde kon een bieder er een bieden voor extra punten.
Ringfencing. In juli 2026 debatteerden twee belastingjuristen in de krant of kosten van het ene blok mogen worden afgetrokken van de winst van een ander blok. De een stelt dat alleen het contract dat begrenst en dat er geen wettelijke fiscale "ring fence" is; de ander wijst op artikel 19 van de Petroleumwet (een apart geregistreerd kantoor per overeenkomst) en artikel 19.2.1 van het model-PSC, waardoor kosten alleen tellen voor het blok waar ze bij horen. De Belastingdienst heeft hier geen openbaar standpunt over gepubliceerd.
Belasting, douane en deviezen voor contractors
Uitgangspunt van artikel 9: contractors betalen alle gewone belastingen en heffingen die niet discrimineren. Daarop gelden deze uitzonderingen:
- Invoerrechten: vrijstelling voor bedrijfsmiddelen, materialen en uitrusting voor petroleumwerkzaamheden. Voorwaarde: goederen die niet van Staatsolie zijn, worden na afloop eigendom van Staatsolie of gaan het land weer uit (lid 3). Gebruikte huisraad van buitenlands personeel mag binnen zes maanden na aankomst vrij van invoerrechten binnen (lid 4).
- Statistiek- en consentrecht: wel verschuldigd, maar per kalenderjaar gemaximeerd bij staatsbesluit (lid 6). Volgens de toelichting bij de wijziging van 2022 is dat maximum USD 300.000 per jaar.
- Export: op de uitvoer van olie geen exportheffing, zegelrecht of andere last naast statistiek- en consentrecht (lid 7).
- Fiscale stabilisatie: de contractor betaalt inkomstenbelasting tegen de tarieven op de dag dat zijn overeenkomst ingaat; latere tariefwijzigingen gelden niet voor hem (lid 8). Dit geldt niet voor subcontractors.
- Omzetbelasting, dividend en zegel: sinds de wijziging van december 2022 zijn contractors en contractorpartijen vrijgesteld van omzetbelasting op goederen en diensten voor olie- en gaswerk, van dividendbelasting op uitkeringen aan niet-Surinaamse aandeelhouders en van zegelrecht bij de verkoop van belangen (lid 9). De wet verwijst nog naar de Wet Omzetbelasting 1997; sinds 2023 heeft Suriname btw. Vraag de Belastingdienst hoe de vrijstelling in jouw geval onder de btw uitwerkt.
Deviezen (art. 10). Contractors mogen goederen en diensten in en buiten Suriname kopen en in het buitenland in vreemde valuta betalen, olie in buitenlandse valuta verkopen en de opbrengst op buitenlandse rekeningen houden, en winst en aflossingen naar het buitenland overmaken. Belastingen betalen ze in door de regering goedgekeurde vreemde valuta.
Wat geldt er voor jou als subcontractor of toeleverancier
De wet maakt een belangrijk onderscheid. Een subcontractor in de zin van de Petroleumwet levert diensten die "kenmerkend zijn voor petroleumwerkzaamheden" volgens internationaal gebruik (art. 1). Voor zo'n bedrijf gelden alle rechten, plichten en vrijstellingen van de contractor, behalve de fiscale stabilisatie (art. 27a). De toelichting bij de wijziging van 2022 maakt duidelijk wie daaronder valt: bedrijven die seismisch onderzoek doen, boorplatforms bouwen of pijpleidingen leggen wel; bewaking, schoonmaak en andere "niet-typische" diensten niet. Die betalen gewoon btw, invoerrechten en de overige belastingen.
Ook voor subcontractors geldt volgens dezelfde toelichting de plicht om kantoor te houden in Paramaribo en dat kantoor te laten registreren, met alle fiscale plichten die daarbij horen. En de local content-plichten van artikel 17 werken door in de hele keten. In de praktijk stellen operators en hoofdaannemers bovendien hun eigen eisen aan veiligheid, kwaliteit en integriteit; zie Leverancier worden in olie en gas.
- Bedrijf ingeschreven bij de KKF, met een Surinaams adres en vertegenwoordiger
- Aangemeld bij de Belastingdienst (FIN-nummer, btw als je boven de drempel zit, loonbelasting voor personeel)
- Schriftelijk vastgesteld of je werk "kenmerkend voor petroleumwerkzaamheden" is, voordat je op een vrijstelling rekent
- Bij invoer: aanvraag vrijstelling via de contractor of Staatsolie en een plan voor wederuitvoer of overdracht
- Tewerkstellingsvergunningen voor buitenlandse specialisten, met een onderbouwing waarom geen Surinamer de functie kan doen
- HSE-beleid, verzekeringen en certificaten die in de uitvraag worden gevraagd
- Integriteitsbeleid en klantonderzoek: de sector valt onder de antiwitwasregels en Suriname wordt in 2027 internationaal beoordeeld
- Een milieuplan of MEA als je werk daaronder valt (zie hieronder)
- Bewijs van lokale inhoud: eigenaren, Surinaams personeel, lokale inkoop en opleiding, bijgehouden per jaar
Meer: Werkvergunning en verblijf · Belastingen voor bedrijven · Goederen importeren · Witwasregels voor ondernemers
Milieu en veiligheid
De Milieu Raamwet van 2020 is de basis voor milieubeleid en milieueffectenanalyse (MEA). Het oude NIMOS heet sinds de wijziging van 2024 de Nationale Milieu Autoriteit (NMA). Het Besluit Milieu Effecten Analyse van februari 2025 deelt projecten in:
| Activiteit | Categorie |
|---|---|
| Boringen op zee naar olie en gas | A: volledige MEA |
| Productie van olie en gas op land, op zee en in andere wateren | A: volledige MEA |
| Pijpleidingen voor olie en gas | A (overige pijpleidingen en onderhoud: B) |
| Olieraffinaderijen, nieuw of uitbreiding | A |
| Seismisch onderzoek (land, zee, andere wateren), boringen op land | B: de NMA bepaalt hoe zwaar |
| Opslag van ontvlambare stoffen | B |
In categorie B bepaalt de NMA of je alleen informatie aanlevert (traject 1), een beperkte MEA doet zoals een milieu- of afvalmanagementplan (traject 2) of een volledige MEA (traject 3). De NMA kan op kosten van de aanvrager onafhankelijke deskundigen inhuren. Het publiek krijgt 30 tot 90 dagen om te reageren, en bij gevolgen voor inheemse en tribale volken geldt het beginsel van vrije, voorafgaande en geïnformeerde instemming (FPIC).
Olielekkage. Het ministerie van OGM moet een Nationaal Oil Spill Response Plan ontwikkelen en beheren, samen met het Nationaal Coördinatie Centrum voor Rampenbeheersing (NCCR). De MAS is het meldpunt voor olielekkage op zee. Werk je in havens, op schepen of in afvalverwerking, vraag dan bij je opdrachtgever welke rol je in hun noodplan hebt.
Lees ook Milieuregels voor bedrijven.
Local content: wat er nu al in de wet staat
Er is geen Local Content-wet, maar er staat al meer in de regels dan vaak wordt gedacht:
- Artikel 17 Petroleumwet. Een contractor neemt alleen buitenlands personeel aan voor functies waarvoor geen ervaren en gekwalificeerde Surinamers beschikbaar zijn, en doet er alles aan dat Surinamers zich bekwamen en verantwoordelijke posities krijgen. Bij gelijke of betere voorwaarden krijgen goederen en diensten uit Suriname voorrang boven buitenlandse.
- Artikel 6. Staatsolie moet bij het sluiten van contracten de overdracht van technologie en de opleiding van Surinaamse deskundigen bevorderen.
- De PSC's zelf. Contracten bevatten voorkeur voor Surinaamse goederen en diensten en rapportageplichten. In het openbare PSC van Blok 42 (2011) moest de operator elk kwartaal over lokale inkoop rapporteren en jaarlijks USD 100.000 bijdragen aan opleiding tijdens exploratie, daarna USD 400.000.
- Het ministerie van OGM heeft sinds 2025 als wettelijke taak een duurzaam local content-beleid te ontwikkelen voor ondernemerschap, werkgelegenheid en capaciteitsopbouw.
Wat eraan komt. De Local Content Board heeft een voorontwerp van wet geschreven. Na een nationale validatiesessie moet het verder worden uitgewerkt, en de regering wil de wet in 2027 indienen, zodat het kader er staat voor de eerste olie in 2028. De wet moet aansluiten op de Investeringswet, de Aanbestedingswet en de Wet Economische Zones. President Simons noemde in haar jaarrede van september 2026 twee uitgangspunten: de positie van Surinaamse werknemers bij internationale bedrijven moet gewaarborgd zijn, en Surinaamse deskundigen mogen niet worden gepasseerd. De Board adviseert ook over een Local Content Authority. Daarnaast ligt sinds 4 februari 2025 het initiatiefvoorstel Local Content-HSEQ bij DNA. Hoe je je als bedrijf voorbereidt: Leverancier worden in olie en gas.
Waar het geld naartoe gaat: SSFS en transparantie
De Wet Spaar- en Stabilisatiefonds Suriname (S.B. 2017 no. 59) regelt een fonds voor inkomsten uit natuurlijke hulpbronnen, vooral olie en gas. In 2024 werd de wet aangepast voor het Value Recovery Instrument (VRI) uit de schuldherschikking van 2023: houders van de oude obligaties zouden 30% van de royalty's uit Blok 58 krijgen. In november 2025 kocht de regering het VRI af met nieuwe obligaties, zodat 100% van de toekomstige royalty's naar de staat en het SSFS gaat. Daarom moet de wet opnieuw worden gewijzigd. Volgens president Simons moet het fonds volledig werken vóór de eerste storting. Wat dat betekent voor ondernemers: Oliegeld en ondernemers.
EITI. Suriname doet mee aan het Extractive Industries Transparency Initiative. Het rapport over 2023-2024 verscheen in januari 2026 en toont wat olie- en mijnbouwbedrijven aan de staat betaalden. De PSC's zelf blijven vertrouwelijk (art. 12 Petroleumwet).
Wat je de komende tijd moet volgen
- Local Content-wet: validatie van het voorontwerp en indiening bij DNA in 2027.
- Wijziging SSFS-wet: na het afkopen van het VRI, vóór de eerste olie-inkomsten.
- Nieuwe investeringswetgeving: de regering wil die in 2027 afronden.
- Algemene Douanewet 2026: de ontwerpwet ligt bij DNA en raakt invoer voor het hele bedrijfsleven.
- Antiwitwasbeoordeling 2027: strengere eisen aan klantonderzoek bij banken en bedrijven.
- Open Door-voorstellen en nieuwe PSC's: elk nieuw contract brengt een nieuwe operator met eigen inkoop.
Alle wetten in voorbereiding: Nieuwe wetten en regels. Begrippen als FPSO, R-factor en kostenolie: Olie en gas: begrippen.
Bronnen
- Petroleumwet 1990 (S.B. 1991 no. 7), geldende tekst na S.B. 2001 no. 58 (Staatsolie)
- S.B. 2022 no. 152: wijziging Petroleumwet, met memorie van toelichting (DNA)
- Staatsolie: Instructions to Bidders, Demerara-biedronde 2022-2023 (royalty, belasting, kostenolie, winstolie)
- ResourceContracts: PSC Kosmos Energy, Blok 42 (2011)
- Lexology: voorwaarden biedronde 2014
- Suriname Herald: Staatsolie en Apache sluiten PSC voor Blok 58 (24 juni 2015)
- Starnieuws: debat over fiscale ringfencing (juli 2026)
- S.B. 2025 no. 124: Besluit Taakomschrijving Departementen 2025 (art. 22, OGM)
- S.B. 2025 no. 23: Besluit Milieu Effecten Analyse
- S.B. 2024 no. 56: wijziging Milieu Raamwet (NIMOS wordt NMA)
- Commissie m.e.r. (NCEA): MEA-wetgeving Suriname
- Nationale Milieu Autoriteit (NMA)
- Maritieme Autoriteit Suriname (MAS)
- ITOPF: landenprofiel Suriname (olielekkage)
- Starnieuws: Local Content-wet moet in 2027 naar parlement (30 september 2026)
- DNA: initiatiefvoorstel Wet Local Content-HSEQ (4 februari 2025)
- DNA: ontwerpwetten in behandeling (Milieu Raamwet, Algemene Douanewet 2026)
- gov.sr: regering streeft naar spoedige operationalisering SSFS (30 september 2026)
- gov.sr: herfinanciering en afkoop VRI (november 2025)
- Suriname Herald: antiwitwasbeoordeling en investeringswetgeving 2027 (17 oktober 2026)
- EITI Suriname: rapport 2023-2024 (januari 2026)
Gecontroleerd op 26 oktober 2026. Algemene informatie, geen juridisch of fiscaal advies. Laat een belastingadviseur of advocaat je eigen situatie beoordelen voordat je op een vrijstelling rekent.
Veelgestelde vragen
Wie bezit de olie en het gas in Suriname?
De staat. Alleen een staatsonderneming krijgt rechten op koolwaterstoffen; dat is Staatsolie. Staatsolie sluit met goedkeuring van de minister en de regering productiedelingscontracten met internationale oliemaatschappijen.
Hoeveel royalty en belasting betalen oliebedrijven in Suriname?
In de standaardvoorwaarden van Staatsolie (Demerara-biedronde 2022-2023) is de royalty offshore 6,25% van de bruto productie en de inkomstenbelasting 36%, vast voor de looptijd van het contract. De voorwaarden van Blok 58 (GranMorgu) zijn vertrouwelijk.
Hoe groot is het aandeel van Staatsolie in een olieveld?
Staatsolie wordt tijdens exploratie gedragen door de partners en mag daarna per commercieel veld voor maximaal 20% meedoen, waarbij het ook 20% van de kosten betaalt. In GranMorgu heeft Staatsolie 20%.
Krijg ik als toeleverancier vrijstelling van invoerrechten of btw?
Alleen als je subcontractor bent in de zin van de Petroleumwet: een bedrijf dat diensten levert die kenmerkend zijn voor petroleumwerk, zoals seismisch onderzoek, boorplatforms of pijpleidingen. Bewaking, schoonmaak en vergelijkbare diensten vallen erbuiten. Laat het vooraf bevestigen door de opdrachtgever en de Belastingdienst.
Moet een buitenlands oliebedrijf een kantoor in Suriname hebben?
Ja. Artikel 19 van de Petroleumwet verplicht een contractor kantoor te houden in Paramaribo en dat te laten registreren. Volgens de toelichting bij de wetswijziging van 2022 geldt dat ook voor subcontractors.
Is er een Local Content-wet in Suriname?
Nog niet. De Petroleumwet (art. 17) en de contracten verplichten wel voorrang voor Surinaamse werknemers, goederen en diensten. De Local Content Board heeft een voorontwerp geschreven; de regering wil de wet in 2027 bij De Nationale Assemblée indienen.
Heeft offshore boren een milieueffectenanalyse nodig?
Ja. Onder het Besluit Milieu Effecten Analyse (S.B. 2025 no. 23) vallen boringen op zee, olie- en gasproductie, olie- en gaspijpleidingen en raffinaderijen in categorie A: een volledige MEA die de NMA beoordeelt. Seismisch onderzoek valt in categorie B.
Welk ministerie gaat over olie en gas?
Sinds juli 2025 het ministerie van Olie, Gas en Milieu (OGM). Het maakt beleid en wetten, beheert de petroleumdatabase en het oliebestrijdingsplan, adviseert over contracten en ontwikkelt het local content-beleid.